Het elektrisch rolstoelhockey (E-hockey) is een relatief jonge sport. In de eerste helft van de jaren zeventig wordt in Nederland op een aantal Mytylscholen tijdens de gymnastieklessen ingespeeld op de behoefte van in het algemeen zwaar lichamelijk gehandicapte jongeren om aan sport te doen. De eer om als founding father de geschiedenis in te gaan, gaat naar de gymnastiekleraar Wim Walgers. Het Roessingh in Enschede is de plek waar het spel ontstaat dat later uitgroeit tot rolstoelhockey. Door de beperkingen van deze jongeren wordt gekozen voor een spel waarbij gebruik wordt gemaakt van een hockeystick die van licht materiaal gemaakt is. Bij degenen die een dusdanige handfunctie hebben dat ze geen stick kunnen hanteren, wordt deze aan de rolstoel vastgemaakt. Later wordt voor deze groep spelers een eigen stick ontwikkeld: de T-stick. Doordat tijdens het spel gebruik wordt gemaakt van een hockeystick, wordt de naam elektrisch rolstoelhockey bedacht.
Omdat blijkt dat er op meer locaties een nieuwe sport op het punt staat geboren te worden, neemt een aantal sportleraren het initiatief om een tweetal pilot-toernooien in Oost Nederland te organiseren. Deze toernooien hebben als doel het maken van afspraken over de spelregels van deze sport en het bekijken van spelmogelijkheden voor deze sport. Dit alles legt de ontwikkeling in deze sport geen windeieren: allereerst wordt er een eerste reglement opgesteld en enige tijd later start in 1981 de eerste competitie in Noord Oost Nederland. Het eerste competitietoernooi ooit is op 16-01-1981 in Arnhem: het elektrisch rolstoelhockey als wedstrijdsport is een feit!
In 1990 is er een hoogtepunt voor het E-hockey. Dat jaar worden de Wereldspelen voor gehandicapten in Nederland te Assen gehouden. Het E-hockey mag tijdens dit evenement een demonstratiewedstrijd geven en voor deze gelegenheid wordt voor het eerst een Nederlands team geformeerd. In Arnhem vindt een tweetal selectietrainingen plaats; na de eerste training blijven de beste veertien spelers over. De eerste stap naar een internationaal niveau is hiermee gezet!
Helaas kent het optreden in Assen weinig direct vervolg. Nog twee keer wordt het Nederlands team opgeroepen: één keer voor een demonstratiewedstrijd tegen Duitsland, en nog één maal voor een onderlinge demonstratiewedstrijd. Na 1993 bloedt het nationaal team dood. Pas in 1998 komt hier verandering in. In Utrecht worden, parallel aan het "reguliere" Wereldkampioenschap Hockey voor mannen en vrouwen, de Worldgames E-hockey gehouden. In totaal zijn tien landen vertegenwoordigd, waaronder uiteraard Nederland. In een spetterende finale wordt de waarde van de circa vijfentwintigjarige ontwikkeling onderstreept: exact zestien jaar nadat de eerste Nederlandse Kampioenschappen in dezelfde stad werden gehouden, wint Nederland de Worldgames E-hockey. Naast de ontwikkeling op sportief gebied is ook de benadering van de sport in een stroomversnelling gekomen. De rol van sponsoring wordt steeds belangrijker. Het Nederlands team speelde tijdens de Worldgames in gesponsorde rolstoelen en ook bij de verenigingen wordt er steeds nauwer samengewerkt met rolstoelleveranciers. De gedachte hierachter is dat met beter materiaal een hoger spelniveau gehaald kan worden. Dat ook deze ontwikkeling bijdraagt aan het volwassen worden van het rolstoelhockey is duidelijk: snelle, wendbare rolstoelen, die bovendien uitgerust zijn met beschermend materiaal, speciaal ontwikkeld voor de sport leiden tot een hoger rendement van het potentieel van spelers. Gevolg hiervan is een betere kwaliteit van het spel wat uiteindelijk resulteert in een meer serieuze benadering van het rolstoelhockey. Hetzelfde geldt voor het spelmateriaal. Vooral sticks worden eindelijk serieus genomen. In het verleden speelden spelers met wat hen (op school of vereniging) werd aangeboden. Tegenwoordig kiezen spelers een stick die het best bij ze past. Het spelmateriaal dat gebruikt wordt, is afkomstig uit het Floorball, een sport voor validen die veel gelijkenis kent met ‘ons rolstoelhockey’.
Het Internationale E-hockey zit inmiddels goed in de lift. In 2004 werd in Helsinki (Finland) het eerste officiële Wereld Kampioenschap voor landen gehouden. Nederland mocht zich hierna de eerste Wereldkampioen E-hockey ooit noemen. In juni 2005 vond in Rome (Italië) het eerste officiële Europees Kampioenschap plaats. Nederland veroverde daar de titel, die in 2008 in Maasmechelen (België) werd geprolongeerd. Het wereldkampioenschap wordt in november 2008 verdedigd in Lignano ( Italië).
Momenteel wordt hard gewerkt om ook het H-hockey internationaal op de kaart te zetten. Net als bij het E-hockey is de eerste vereiste een internationaal reglement op te stellen, zodat er meer eenheid komt en er makkelijker internationaal gecommuniceerd kan worden. Ook hiervoor zijn reeds de eerste stappen gezet. In het voorjaar van 2010 vond in Tsjechië het eerste Internationale toernooi plaats voor landenteams in het H-hockey. Uiteindelijk is natuurlijk het ultieme doel om beide sporten te laten deelnemen aan de Paralympics. Al met al is het duidelijk dat het rolstoelhockey in ruim een kwart eeuw geëvolueerd is van gymnastiekspelletje tot een serieuze internationale sport.
Rolstoelhockey in handbewogen (H-hockey) en elektrisch aangedreven rolstoelen (E-hockey) wordt in ons land dus sinds 1974 gespeeld. Na een aantal jaren van kennismaking en groei waarin het aantal H- en E-hockeyteams toenam, werden H- en E-hockeycompetities opgezet. Vastgesteld werd dat aan H-hockey alle spelers in een rolstoel, al of niet met handicap, aan de competitie mochten deelnemen. Bij E-hockey wordt aan de spelers als eis gesteld dat men in het dagelijks leven afhankelijk moet zijn van het gebruik van de rolstoel. E-hockey is dan ook praktisch de enige sport waar sporters in een elektrische rolstoel in teamverband aan deel kunnen nemen. Aanvankelijk werden competitiewedstrijden E- en H-hockey op dezelfde dagen in dezelfde sporthallen gespeeld. Door de groei echter van zowel E- als H-hockey waren na een aantal jaren deze combinatiedagen niet meer mogelijk. Sinds seizoen 1989-1990 zijn er eigen competitiedagen gekomen voor zowel E- als H-hockey. E- en H-hockey wordt in competitieverband gespeeld in oplopende klassen. In al deze klassen kunnen zo veel mogelijk teams van gelijke sterkte spelen om het nationaal E- resp. H-kampioenschap. De Nederlands Kampioen van de Eerste Klasse promoveert naar de Overgangsklasse. Deze Overgangsklasse is de springplank naar de hoogste klasse, de Hoofdklasse. In de Overgangsklasse en Hoofdklasse krijgen de teams te maken met andere spelomstandigheden. Zo is onder andere het veld groter en de speeltijd langer. Door promotie van de hoogste per klasse en degradatie van de laagste wordt het spelniveau per klasse steeds zo goed mogelijk op gelijk niveau gehouden.
Verenigingen
Rolstoelhockeyverenigingen zijn op verschillende manieren georganiseerd.
1. Verenigingen met alleen rolstoelhockey als tak van sport.
Zo'n vereniging heeft zijn eigen bestuur dat verantwoordelijk is voor alle aspecten van de vereniging.
2. Omni-sportverenigingen.
Sportverenigingen met meerdere takken van (aangepast) sporten waaronder rolstoelhockey. Vaak heeft een omnivereniging een hoofd- of dagelijks bestuur. Per tak van sport is er een z.g. afdelingsbestuur of een commissie die verantwoordelijk is voor sportspecifieke organisatie als het organiseren van de trainingen en deelname aan competities.
3. Rolstoelhockey onder de vlag van een reguliere KNHB-hockeyvereniging.
Sinds 1995 vinden op meerdere plaatsen in het land rolstoelhockeyers aansluiting bij regulieren KNHB-hockeyverenigingen. Er is hier sprake van organisatorische integratie, d.w.z. de rolstoelhockeyers maken gebruik van de bestaande faciliteiten van de hockeyverenigingen als statuten, ledenadministratie, clubblad en feestavonden. Ook hier is vaak sprake van een eigen rolstoelhockeybestuur dat verantwoordelijk is voor rolstoelhockeyzaken.